Gevolgen

51.6b

καὶ ἐμακαρίζοντό τε ὑπὸ τῶν ἄλλων, καὶ αὐτοὶ τῷ παραχρῆμα περιχαρεῖ καὶ ἐς τὸν ἔπειτα χρόνον ἐλπίδος τι εἶχον κούφης μηδ' ἂν ὑπ' ἄλλου νοσήματός ποτε ἔτι διαφθαρῆναι.

Vertaling

Zij werden door alle anderen gefeliciteerd, en zelf koesterden ze, in de jubelstemming van het moment, ook voor de toekomst de wat naïeve hoop nooit meer aan enige ziekte te overlijden.

μακαρίζω
τὸ περιχαρές    
παράχρημα (bijw.)
κούφος      

 

feliciteren
uitbundige vreugde
ogenblikkelijk
licht; ijdel, naief

 

  • κούφης ἐλπίδος: genitivus partitivus bij τι
  • ἂν διαφθαρῆναι: infinitivus potentialis ('te kunnen overlijden')
  • μηδ(έ) ποτε ἔτι: nooit meer

naïeve hoop
Ook hier toont Thucydides groot psychologisch inzicht. Door het overleven van de pest en de opgeluchte reacties van hun omgeving ontwikkelden de herstelde patiënten gevoelens van onsterfelijkheid. Thucydides spreekt van ijdele hoop, wanneer de overlevenden stelden immuun geworden te zijn voor de heersende epidemie of eventuele andere ziektes. Thucydides put uit eigen ervaring als ooggetuige en overlevende van de pest.